Van Wwft naar AMLR: wat verandert er écht?
Bijgewerkt op: 9 uur geleden
De overgang van de Wwft naar de Europese AMLR betekent vooral dat de eisen rond anti-witwasbeleid meer op Europees niveau worden geharmoniseerd. Voor jouw organisatie zit de grootste opgave niet alleen in nieuwe regels kennen, maar vooral in kunnen laten zien dat je risico’s beheerst, keuzes onderbouwt en processen consequent uitvoert.
Wat is de AMLR?
De Anti-Money Laundering Regulation (AMLR) is de Europese verordening tegen witwassen en terrorismefinanciering: Verordening (EU) 2024/1624. Anders dan een richtlijn werkt een verordening rechtstreeks in alle EU-lidstaten. Dat moet de verschillen tussen nationale regels verkleinen en de aanpak binnen Europa meer gelijk maken.
De AMLR maakt deel uit van een breder Europees anti-witwaspakket. Daarin horen ook een nieuwe richtlijn, de AMLD6, en de oprichting van de Europese anti-witwasautoriteit AMLA. De AMLR is op 9 juli 2024 in werking getreden en de meeste bepalingen zijn vanaf 10 juli 2027 van toepassing. Tot die tijd blijft de Nederlandse Wwft het uitgangspunt voor Wwft-plichtige instellingen.
Vervangt de AMLR de Wwft direct?
Nee. De AMLR vervangt de Wwft niet ineens op één datum en maakt nationale wetgeving ook niet volledig overbodig. De Wwft blijft relevant zolang de Nederlandse regels gelden en wordt in samenhang met de Europese regels aangepast.
De praktische boodschap is daarom: wacht niet met verbeteren tot alle Nederlandse uitwerking bekend is. Een organisatie die haar Wwft-processen nu al goed heeft ingericht, gedocumenteerd en gecontroleerd, bouwt een veel betere basis voor de AMLR.
Wat verandert er inhoudelijk door de AMLR?
De AMLR brengt op hoofdlijnen meer Europese uniformiteit in onder meer:
de risicogebaseerde aanpak;
cliëntenonderzoek en de vastlegging daarvan;
de identificatie en verificatie van uiteindelijk belanghebbenden (UBO’s);
de monitoring van zakelijke relaties en transacties;
het herkennen, onderzoeken en melden van ongebruikelijke of verdachte situaties;
interne procedures, opleiding en onafhankelijk toezicht.
Welke onderdelen voor jouw organisatie precies gelden, hangt af van je rol, dienstverlening, cliëntenportefeuille en risico’s. Niet elke verplichting is voor iedere ondernemer hetzelfde. Accountants, administratiekantoren, belastingadviseurs en andere Wwft-plichtige dienstverleners moeten hun eigen verplichtingen daarom steeds toetsen aan de actuele wet- en regelgeving en aan hun specifieke situatie.
Waar zit de grootste verandering in de praktijk?
De kern is aantoonbaarheid. Een professionele afweging maken blijft belangrijk, maar je moet die afweging ook kunnen reconstrueren. Bij vragen van een toezichthouder moet duidelijk zijn:
welk risico je hebt vastgesteld;
welke informatie je hebt verzameld;
waarom die informatie voldoende is;
welke maatregelen je hebt genomen;
wie de beslissing heeft genomen en wanneer;
hoe en wanneer je het dossier opnieuw beoordeelt.
Een dossier met alleen een kopie van een identiteitsbewijs of een UBO-uittreksel is zelden genoeg. Het gaat om het verhaal erachter: past de juridische structuur bij de onderneming? Is de herkomst van middelen logisch en onderbouwd? Zijn transacties en activiteiten in lijn met wat je van de cliënt weet? En wat heb je gedaan als een signaal om nader onderzoek vroeg?
Zoals ook in het artikel van Accountancy Vanmorgen over de overgang van Wwft naar AMLR wordt benadrukt, verschuift de aandacht daarmee van alleen regels toevoegen naar compliance organiseren én aantonen.
Waarom is een risicogebaseerde aanpak niet genoeg zonder bewijs?
De Wwft en AMLR vragen niet om een uniforme checklist voor elke cliënt. Een cliënt met een eenvoudige structuur en voorspelbare activiteiten vraagt doorgaans om een andere beoordeling dan een internationaal actieve groep met meerdere aandeelhouders, contante geldstromen of activiteiten in verhoogd-risicolanden.
Maar een risicogebaseerde aanpak is pas bruikbaar wanneer deze consequent wordt uitgevoerd. Dat betekent dat je niet alleen een risicoclassificatie toekent, maar ook vastlegt waarop die classificatie is gebaseerd en welke vervolgactie erbij hoort.
Voorbeeld: cliënt met een verhoogd risico
Stel dat je een nieuwe cliënt accepteert met een holdingstructuur, buitenlandse relaties en een relatief complexe geldstroom. Dan is alleen noteren dat sprake is van een “hoog risico” onvoldoende. Leg bijvoorbeeld vast:
welke entiteiten en personen bij de structuur betrokken zijn;
wie de UBO’s zijn en hoe je dit hebt geverifieerd;
wat de aard en het doel van de zakelijke relatie is;
welke bronnen je hebt gebruikt om de herkomst van vermogen of middelen te beoordelen;
welke signalen aanleiding gaven tot verscherpt onderzoek;
wie de acceptatie heeft goedgekeurd;
wanneer je het dossier opnieuw beoordeelt.
Zo ontstaat een dossier dat niet alleen volledig oogt, maar ook uitlegbaar is.
Welke processen moet je nu onder de loep nemen?
1. De systematische integriteitsrisicoanalyse
Begin bij het totaalbeeld. Een systematische integriteitsrisicoanalyse brengt de risico’s van jouw kantoor of organisatie in kaart. Denk aan type cliënten, diensten, landen, sectoren, betaalwijzen, leveringskanalen en complexe juridische structuren.
Maak de analyse concreet. Een algemeen document dat niet aansluit op je praktijk helpt weinig. Beschrijf welke risico’s je werkelijk ziet, welke beheersmaatregelen daarbij passen, wie verantwoordelijk is en wanneer je de analyse actualiseert.
2. Cliëntacceptatie en cliëntenonderzoek
Controleer of het acceptatieproces een duidelijke route kent: van het verzamelen van basisgegevens tot de uiteindelijke beslissing. Zorg dat medewerkers weten wanneer zij moeten opschalen en wie bevoegd is om een cliënt met een verhoogd risico te accepteren.
Leg ook vast waarom een zakelijke relatie wordt aangegaan. De aard en het doel van de relatie vormen de basis voor passende monitoring tijdens de dienstverlening.
3. Doorlopende monitoring
Een cliëntenonderzoek is geen eenmalig moment bij de start. Gegevens kunnen verouderen en omstandigheden kunnen wijzigen. Denk aan een nieuwe aandeelhouder, een wijziging in activiteiten, opvallende transacties, een verhuizing naar een ander land of signalen uit publieke bronnen.
Werk daarom met risicogebonden herbeoordelingen. Hoe hoger het risico, hoe vaker en intensiever een dossier aandacht nodig heeft. Leg niet alleen de uitkomst vast, maar ook de uitgevoerde controle en eventuele vervolgacties.
4. Signalen, meldingen en escalatie
Medewerkers moeten signalen herkennen en zonder drempel kunnen bespreken. Zorg voor een heldere interne meldroute, een vaste verantwoordelijke en een zorgvuldige vastlegging van de beoordeling. Bij een voorgenomen of verrichte ongebruikelijke transactie geldt onder de Wwft een meldplicht bij FIU-Nederland.
Belangrijk: bespreek een mogelijke melding niet met de cliënt als dat zou kunnen neerkomen op tipping-off. Handel bij twijfel zorgvuldig en vraag tijdig vakinhoudelijke begeleiding.
5. Opleiding, kwaliteitscontrole en dossiervorming
Beleid werkt alleen als medewerkers het kennen en toepassen. Plan daarom periodieke, functiegerichte training. Combineer dit met dossiercontroles: zijn de risico-inschattingen logisch, zijn bewijsstukken actueel, zijn afwijkingen toegelicht en zijn herbeoordelingen op tijd uitgevoerd?
Een interne controle is geen administratieve eindstap. Het laat zien waar processen in de dagelijkse praktijk niet werken en waar aanvullende instructie of een betere workflow nodig is.
Hoe maak je compliance aantoonbaar?
Maak van compliance een beheersbaar proces in plaats van een verzameling losse documenten. Deze zes stappen helpen daarbij.
Bepaal eigenaarschap. Wijs een verantwoordelijke aan voor beleid, actualisatie, escalaties en periodieke rapportage.
Vertaal risico’s naar werkinstructies. Beschrijf wat medewerkers doen bij laag, normaal en verhoogd risico.
Werk met vaste dossieronderdelen. Gebruik een consistente structuur voor identificatie, UBO-controle, risicoanalyse, onderbouwing, goedkeuring en vervolgmonitoring.
Leg afwijkingen gemotiveerd vast. Juist uitzonderingen, aanvullende vragen en besluiten om een relatie niet aan te gaan verdienen een heldere toelichting.
Controleer periodiek op kwaliteit. Neem steekproeven en bespreek terugkerende tekortkomingen met het team.
Bewaar versiebeheer. Zorg dat je kunt laten zien welk beleid op welk moment gold en hoe wijzigingen zijn doorgevoerd.
Digitalisering kan dit proces ondersteunen, bijvoorbeeld met herinneringen voor herbeoordelingen, verplichte velden en een audittrail. Technologie vervangt echter geen professioneel oordeel. De inhoudelijke beoordeling van een afwijking of risico blijft mensenwerk.
Wat kun je in 2026 al doen?
Je hoeft niet te wachten tot 10 juli 2027. Maak de komende periode juist gebruik van de tijd om de basis te versterken.
Inventariseer welke Wwft-processen je nu gebruikt.
Vergelijk beleid, werkinstructies en dossiers met de dagelijkse praktijk.
Selecteer enkele dossiers met verschillende risicoprofielen en toets of de onderbouwing navolgbaar is.
Maak een verbeterlijst met eigenaar, deadline en gewenste bewijsvoering.
Plan opleiding voor medewerkers die cliënten accepteren, dossiers beheren of signalen beoordelen.
Houd de Nederlandse implementatie en nadere guidance in de gaten voordat je definitieve proceskeuzes maakt.
Deze aanpak voorkomt dat AMLR-voorbereiding verandert in een haastklus vlak voor de toepassingsdatum. Bovendien levert zij nu al betere dossiers, duidelijkere verantwoordelijkheden en meer grip op risico’s op.
Wat betekent AMLR voor ondernemers die geen Wwft-plichtige instelling zijn?
Ben je zelf geen Wwft-plichtige dienstverlener? Dan kun je wel merken dat banken, accountants, notarissen en andere partijen vaker of gerichter vragen stellen over je onderneming. Bijvoorbeeld over eigendomsverhoudingen, activiteiten, geldstromen, de herkomst van middelen of een ongebruikelijke transactie.
Zorg daarom dat je bedrijfsadministratie, UBO-gegevens, contracten en financieringsdocumentatie actueel en toegankelijk zijn. Een snelle, consistente toelichting voorkomt vertraging in financiering, transacties of dienstverlening.
Houd grip op de overgang van Wwft naar AMLR
De AMLR vraagt om meer dan een nieuw beleidsdocument. De echte toets is of jouw organisatie risico’s begrijpt, passende maatregelen neemt en die keuzes kan onderbouwen. Wie nu werkt aan heldere processen, actuele dossiers en periodieke kwaliteitscontrole, maakt de stap naar 2027 aanzienlijk overzichtelijker.
Dinkelberg & Partners helpt ondernemers vooruit te kijken met inzicht, advies en toekomstbestendige bedrijfsvoering. Wil je sparren over de financiële organisatie, interne beheersing of de praktische gevolgen van veranderende regelgeving voor jouw onderneming? Bespreek dit dan tijdig met je vaste adviseur.
Dit artikel is algemeen van aard en geen juridisch advies. De toepasselijke verplichtingen verschillen per organisatie en kunnen wijzigen. Laat je bij concrete Wwft- of AMLR-vraagstukken adviseren op basis van jouw situatie.

Opmerkingen