top of page
Zoeken

Fiscale eenheid btw: wanneer vormen holding en werkmaatschappij één ondernemer?

ddinkelberg
5 okt
7 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 6 okt

Vormen je holding en werkmaatschappij een fiscale eenheid voor de btw? Dat kan het geval zijn wanneer zij financieel, organisatorisch én economisch nauw met elkaar verweven zijn. Dan behandelt de Belastingdienst de bv’s voor de btw als één ondernemer. Dat kan onderlinge btw vereenvoudigen, maar brengt ook hoofdelijke aansprakelijkheid mee.

Een fiscale eenheid voor de btw is dus meer dan één btw-aangifte. Controleer vóór een nieuwe bv, overdracht of wijziging in activiteiten zowel de drie wettelijke verwevenheden als de praktische gevolgen voor facturatie, administratie en risico.


Wat is een fiscale eenheid voor de btw?

Een fiscale eenheid voor de btw betekent dat meerdere ondernemers of onderdelen daarvan voor de omzetbelasting als één ondernemer worden aangemerkt. De regeling staat in artikel 7, lid 4, van de Wet op de omzetbelasting 1968.

In een holdingstructuur gaat het vaak om een holding-bv en een werkmaatschappij. De werkmaatschappij verricht de operationele activiteiten; de holding houdt meestal de aandelen en kan bijvoorbeeld management- of andere diensten verrichten. Of zij samen een fiscale eenheid vormen, volgt niet alleen uit de aandeelhoudersverhouding of uit een keuze op papier. De feiten zijn bepalend.

Een belangrijk aandachtspunt is de positie van de holding zelf. Een holding die zich uitsluitend beperkt tot het houden van aandelen, verricht niet zonder meer economische activiteiten voor de btw. Verricht de holding bijvoorbeeld managementdiensten tegen vergoeding, dan kan zij wel als btw-ondernemer optreden. Dat is relevant voor de beoordeling van de fiscale eenheid.


Wanneer ontstaat een fiscale eenheid btw?

De Belastingdienst beoordeelt of er gelijktijdig sprake is van financiële, organisatorische en economische verwevenheid. Ontbreekt één van deze drie, dan is er geen fiscale eenheid voor de btw.

1. Financiële verwevenheid: wie heeft de zeggenschap?

Financiële verwevenheid gaat over de zeggenschap binnen de groep. In de klassieke holdingstructuur bezit de holding alle aandelen in de werkmaatschappij. De holding kan dan doorgaans de financiële koers van de werkmaatschappij bepalen.

Niet iedere minderheids- of samenwerkingsrelatie voldoet. Bekijk daarom niet alleen het aandelenpercentage, maar ook de statuten, stemrechten, aandeelhoudersafspraken en eventuele bijzondere rechten. De vraag is steeds: bestaat er voldoende beslissende invloed om de financiële positie en koers te sturen?

2. Organisatorische verwevenheid: is de leiding in handen van dezelfde personen?

Organisatorische verwevenheid ziet op de feitelijke aansturing. Denk aan dezelfde bestuurder of directie, gezamenlijke beleidsbepaling, gedeelde administratie of centrale besluitvorming.

Een gedeeld postadres of dezelfde accountant is op zichzelf niet genoeg. Het gaat om de vraag of de bv’s als organisatie onder een gezamenlijke leiding functioneren. Leg daarom bestuurdersbesluiten, managementrollen en bevoegdheden zorgvuldig vast, zeker wanneer de feitelijke werkwijze verandert.

3. Economische verwevenheid: dienen de activiteiten hetzelfde economische belang?

Economische verwevenheid is vaak de meest inhoudelijke toets. De activiteiten moeten economisch nauw met elkaar verbonden zijn. Dat kan bijvoorbeeld zo zijn wanneer:

  • de ene bv hoofdzakelijk diensten verricht voor de andere bv;

  • de bv’s dezelfde klantenkring bedienen of één gezamenlijk economisch doel nastreven;

  • de activiteiten elkaar wezenlijk aanvullen en in de praktijk één geheel vormen.

Een holding die tegen vergoeding managementdiensten verricht aan haar werkmaatschappij kan economisch verweven zijn met die werkmaatschappij. Heb je meerdere werkmaatschappijen met echt verschillende activiteiten, eigen klanten en afzonderlijke aansturing? Dan vraagt de economische verwevenheid extra aandacht.


Vormen holding en werkmaatschappij automatisch een fiscale eenheid?

Nee. Een 100%-belang van de holding in de werkmaatschappij is een sterk signaal voor financiële verwevenheid, maar bewijst niet automatisch ook de organisatorische en economische verwevenheid. Bovendien moet worden beoordeeld of de betrokken bv’s voor de btw ondernemers zijn en welke activiteiten zij feitelijk verrichten.

Andersom is een fiscale eenheid voor de btw geen vrijblijvende optie die je alleen kiest omdat één aangifte praktisch lijkt. De beoordeling volgt uit de concrete feiten en omstandigheden. De Belastingdienst kan hierover een beschikking afgeven. Stem twijfel, een wijziging in de structuur of een verzoek vooraf af met je adviseur en de Belastingdienst.


Moet je btw rekenen tussen holding en werkmaatschappij?

Binnen een bestaande fiscale eenheid voor de btw worden onderlinge prestaties in beginsel niet als prestaties tussen afzonderlijke btw-ondernemers behandeld. Daardoor factureer je voor die interne prestatie doorgaans geen btw alsof holding en werkmaatschappij twee losse ondernemers zijn.

Dat voordeel is praktisch, maar het is geen reden om de onderlinge afspraken los te laten. Houd de zakelijke grondslag, vergoeding en verwerking nog steeds inzichtelijk. Dat is onder meer belangrijk voor de jaarrekening, vennootschapsbelasting, transfer pricing waar relevant, bestuurdersverantwoordelijkheid en interne sturing.

Voorbeeld: managementvergoeding

Stel: Holding BV levert managementdiensten aan Werkmaatschappij BV en brengt daarvoor maandelijks een managementvergoeding in rekening.

  • Zonder fiscale eenheid btw: Holding BV factureert de managementvergoeding met btw, tenzij een uitzondering geldt. Werkmaatschappij BV beoordeelt vervolgens of en in hoeverre zij die btw mag aftrekken.

  • Met fiscale eenheid btw: de prestatie speelt zich in beginsel af binnen één btw-ondernemer. De interne doorbelasting leidt dan doorgaans niet tot verschuldigde btw.

De administratie moet wel duidelijk maken wat de managementvergoeding inhoudt, waarom zij zakelijk is en hoe de bedragen in de afzonderlijke administraties zijn verwerkt.

Let op bij vrijgestelde prestaties en beperkt aftrekrecht

Een fiscale eenheid kan een ander effect hebben wanneer één van de bv’s vrijgestelde prestaties verricht, zoals bepaalde financiële, verzekerings-, zorg- of vastgoedactiviteiten. Dan kan de aftrek van voorbelasting binnen de fiscale eenheid beperkt zijn. Ook gemengd gebruik van kosten en activiteiten buiten de btw-sfeer vragen om een aparte beoordeling.

Kijk daarom niet alleen naar de btw op een managementfactuur. Breng eerst de volledige keten van omzet, kosten, aftrekrecht en activiteiten in beeld.


Wie doet de btw-aangifte bij een fiscale eenheid?

De fiscale eenheid doet aangifte voor het geheel. In de praktijk ontvangt de fiscale eenheid een eigen btw-identificatienummer en worden aangiften, betalingen en correspondentie daarop ingericht. De afzonderlijke bv’s blijven civielrechtelijk bestaan; zij verdwijnen dus niet doordat zij voor de btw als één ondernemer worden behandeld.

Controleer bij de inrichting of wijziging van je administratie in ieder geval:

  1. Btw-nummer en facturen - gebruik voor prestaties aan externe klanten de gegevens die bij de fiscale eenheid horen en controleer of factuursjablonen zijn aangepast.

  2. Interne boekingen - leg onderlinge kosten en vergoedingen nog steeds gescheiden en herleidbaar vast, maar voorkom dat de software onterecht btw boekt op interne prestaties.

  3. Voorbelasting - beoordeel centraal welke btw aftrekbaar is, vooral bij vrijgestelde of gemengde activiteiten.

  4. Aangifte en betaling - leg vast wie verantwoordelijk is voor het indienen, betalen, controleren en bewaren van de onderbouwing.

  5. Wijzigingen - pas processen direct aan wanneer een bv wordt opgericht, verkocht, ontvoegd, haar activiteiten wijzigt of niet langer aan de voorwaarden voldoet.

Een fout in de inrichting leidt niet alleen tot correcties in de aangifte. Ook facturen, debiteurenbeheer en de aansluiting tussen grootboek en aangifte kunnen dan herstelwerk vragen.


Wat is het grootste risico van een fiscale eenheid btw?

Het belangrijkste risico is hoofdelijke aansprakelijkheid. De onderdelen van de fiscale eenheid kunnen hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de btw-schulden van de fiscale eenheid. De Belastingdienst kan een schuld dus onder voorwaarden verhalen op een andere bv binnen die fiscale eenheid, ook als die bv de schuld niet zelf heeft veroorzaakt.

Dat is vooral relevant wanneer waardevolle bezittingen in de holding zitten en de operationele risico’s in de werkmaatschappij. Een fiscale eenheid voor de btw kan dan een verbinding creëren die je niet alleen vanuit administratief gemak moet beoordelen.

Hoofdelijke aansprakelijkheid betekent niet dat elke financiële verplichting van de ene bv automatisch een schuld van de andere bv wordt. Het gaat specifiek om de btw-schulden waarvoor de fiscale eenheid aansprakelijk is. Juist daarom is een actuele btw-administratie, tijdige aangifte en tijdige betaling binnen de hele groep essentieel.


De 3 x 3-check voor je holdingstructuur

Gebruik onderstaande check vóór je een bv toevoegt, verkoopt, overdraagt of de dienstverlening tussen bv’s wijzigt.

Drie vragen over verwevenheid

  1. Financieel: wie heeft feitelijk de beslissende zeggenschap?

  2. Organisatorisch: wie bestuurt de bv’s en hoe worden besluiten genomen?

  3. Economisch: welke activiteiten, klanten en diensten verbinden de bv’s met elkaar?

Drie vragen over uitvoering

  1. Welk btw-nummer staat op externe facturen en contracten?

  2. Hoe zijn interne kosten, managementvergoedingen en voorbelasting in de administratie ingericht?

  3. Wie controleert de aangifte, betaling en wijzigingen in de groep?

Drie vragen over risico

  1. Welke btw-schulden of naheffingsrisico’s kunnen er binnen de groep ontstaan?

  2. Welke activa bevinden zich in de holding of andere bv’s?

  3. Wat gebeurt er met de fiscale eenheid als een bv wordt verkocht, een nieuwe activiteit start of de zeggenschap wijzigt?

Leg de antwoorden vast in een eenvoudig structuur- en procesdossier. Een organogram, overzicht van activiteiten, onderlinge overeenkomsten, bestuurdersrollen en btw-processen vormen samen een veel betere basis dan alleen een oude beschikking in het dossier.


Wanneer moet je de fiscale eenheid opnieuw toetsen?

Plan een toets vóór én na gebeurtenissen die de verwevenheid of uitvoering kunnen veranderen, zoals:

  • de oprichting of aankoop van een nieuwe bv;

  • verkoop van aandelen of toetreding van een medeaandeelhouder;

  • een wijziging in bestuur, management of zeggenschap;

  • het stoppen of starten van managementdiensten;

  • een nieuwe activiteit met andere klanten of een andere markt;

  • overgang naar activiteiten met vrijgestelde omzet;

  • een herstructurering, fusie of bedrijfsopvolging.

Wacht niet tot de eerstvolgende jaarrekening. De btw-gevolgen lopen mee vanaf het moment waarop de feiten veranderen. Tijdig toetsen helpt om facturatie, aangifte en risicoverdeling goed aan te laten sluiten.


Veelgestelde vragen over de fiscale eenheid btw

Wat zijn de voorwaarden voor een fiscale eenheid btw?

Er moet sprake zijn van financiële, organisatorische en economische verwevenheid tussen de betrokken btw-ondernemers. De beoordeling hangt af van de feitelijke zeggenschap, aansturing en samenhang van activiteiten.


Moet ik een fiscale eenheid btw aanvragen?

Bespreek met je adviseur of de omstandigheden een fiscale eenheid vormen en hoe je dit met de Belastingdienst afstemt. De Belastingdienst kan een beschikking afgeven. Wacht niet met overleg als je structuur of activiteiten wijzigen.

Ben ik aansprakelijk voor de btw-schuld van mijn andere bv?

Bij een fiscale eenheid kunnen de onderdelen hoofdelijk aansprakelijk zijn voor btw-schulden van de fiscale eenheid. Beoordeel daarom het administratieve voordeel altijd samen met de risico’s voor alle bv’s.

Kan een holding zonder personeel onderdeel zijn van een fiscale eenheid btw?

Dat kan, maar personeel is niet doorslaggevend. Relevant zijn onder andere de economische activiteit van de holding en de financiële, organisatorische en economische verwevenheid met de andere bv of bv’s.


Toets de btw-gevolgen voordat je structuur verandert

Een fiscale eenheid voor de btw kan de uitvoering vereenvoudigen, maar verdient een bredere beoordeling dan alleen “één aangifte”. Kijk naar de drie verwevenheden, de facturatie aan klanten, de aftrek van voorbelasting en de hoofdelijke aansprakelijkheid.

Dinkelberg & Partners ondersteunt ondernemers en DGA’s met praktisch fiscaal advies en accountancy. Wil je de btw-gevolgen van je holdingstructuur, managementvergoeding of voorgenomen wijziging in samenhang beoordelen? Neem contact op voor fiscaal advies of bekijk accountancy bij Dinkelberg & Partners.

Dit artikel is algemeen van aard en geen persoonlijk fiscaal of juridisch advies. De btw-behandeling hangt af van de feiten, actuele regelgeving en de inrichting van jouw groep.


Bronnen

 
 
 

Recente blogposts

Alles weergeven

Opmerkingen


bottom of page